Grote opgaven aanpakken in moeilijke tijden: in de perspectiefnota staat hoe

In mei 2022 stelde het nieuwe college van de gemeente Renkum de plannen voor de komende periode vast in een perspectief: ‘Renkum in Bloei’. Daarin staan 10 focuspunten voor het beleid van de komende tijd en een vergezicht. In week 35 is de bijbehorende Perspectiefnota afgerond. Daarin zijn de focuspunten uitgewerkt met een prioritering, fasering en een financiële vertaling. In het najaar van 2022 debatteert de gemeenteraad over de perspectiefnota.

‘De handen vol’

Wethouder Financiën Marinka Mulder ziet dat de gemeente de handen vol heeft: ‘Nu de coronacrisis hopelijk achter ons ligt, liggen er nog hele grote uitdagingen voor ons: de woonopgave, (energie)armoede en de opvang van vluchtelingen, om er maar een paar te noemen. En op praktisch alle gebieden komt daar een krappe arbeidsmarkt bij. Het vraagt veel van ons en onze medewerkers. We moeten veerkrachtig én daadkrachtig zijn – en moeilijke beslissingen durven te nemen.’

De komende tijd

Concreet stelt het college van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad voor extra geld te investeren in het versnellen van woningbouw en wil ze op korte termijn tenminste 100 tijdelijke woningen realiseren. Om problemen door de hoge inflatie tegen te gaan komt er extra inkomensondersteuning voor gezinnen en kunnen meer inwoners gebruik maken van bijzondere bijstand. Afhankelijk van landelijke maatregelen, kijken wij de komende tijd ook naar wat er aanvullend nodig is om armoede tegen te gaan. 

Nog geen duidelijkheid voor de lange termijn

Het liefst wil het college nu al duidelijkheid bieden over investeringen voor de lange termijn en een afweging kunnen maken op het belastingniveau van de gemeente. Op dit moment is dat niet mogelijk, omdat het Rijk nog geen duidelijkheid heeft gegeven over het meerjarenperspectief na 2025. Mulder: ‘Anders gezegd: we weten nog niet hoeveel geld we van het Rijk krijgen vanaf 2026. Dat maakt het moeilijk om te beslissen over uitgaven of andere inkomsten. Daarom gaat het nu vooral om slimme, eenmalige uitgaven, naast de zaken die echt noodzakelijk zijn, zoals armoedebestrijding.’